Hogere spaarrente op komst?

De spaarrentes zijn de laatste jaren na de crisis fors gedaald. Maar hoe komt het dat de rente zo laag gehouden wordt? En mogen we hopen op een hogere spaarrente binnenkort?
  • 15 januari 2018
Zijn er hogere spaarrentes in zicht?

Bodemrente bereikt

Sinds het uitbreken van de financiële crisis in 2008 is de rentevergoeding op kapitaal bijna onophoudelijk gedaald. Daardoor leveren uw spaarcenten op een klassiek spaarboekje bij een bank nog amper een rentevergoeding op van 0,11%. En dat is de combinatie van basisrente én getrouwheidspremie. 
De spaarrentes zijn de afgelopen jaren zo fors gezakt, dat minister van Financiën Johan Van Overtveldt de bodemrente voor spaarboekjes wettelijk vastlegde op 0,11%. Het is dan ook evident dat spaarders zich afvragen of er nog wel een einde komt aan de opeenvolgende rentedalingen van de voorbije jaren. 

Korte versus lange termijn

De Belgische 10-jaarsrente bereikte in september 2016 een dieptepunt op 0,12%, maar ondanks een lichte heropleving, ligt de huidige langetermijnrente met amper 0,56% nog steeds historisch laag. 
Oorzaken zijn onder andere de lagere inflatieverwachtingen door de daling van de olieprijzen, teleurstelling onder beleggers over de uitbreiding van de monetaire verruiming door de ECB, een achterblijvende economische groei en een stijging van de dollar. Ook de kortetermijnrente daalde - na een periode van stabilisatie midden vorig jaar - verder tot een historisch laag niveau. 

Banken investeren het spaargeld van hun klanten doorgaans in een gebalanceerde korf van kredieten en beleggingen op zowel de korte als de lange termijn. Die mix is gebaseerd op complexe berekeningsmodellen die niet alleen rekening houden met het spaargedrag van klanten, maar ook met een aantal wettelijke regels omtrent kapitaalbuffers en kapitaalsgarantie. Ook de te verwachten rendementen spelen een belangrijke rol. Om het concreet te maken: Rabobank.be baseert haar spaarrentes op twee marktrentevoeten. Een deel van de spaarrente is afhankelijk van de evolutie van de Belgische langetermijnrente (OLO) op vijf jaar en een ander deel is gekoppeld aan de kortetermijnrente (euribor) op drie maanden. 

Vertragingseffect

Zolang de korte- en langetermijnrente zo laag blijven, zal er wat de rente op de spaarboekjes betreft niet veel in positieve zin veranderen. Een eventuele stijging van de langetermijnrente heeft overigens op de korte termijn voor spaarders ook geen effect omdat deze pas na vijf jaar in de spaarrente wordt verrekend. 
Enkel een stijging van de kortetermijnrente zouden spaarders al na enkele maanden kunnen voelen. Maar omdat momenteel de kortetermijnrente op hetzelfde lage niveau blijft hangen, kan die ook geen onmiddellijk effect hebben op de spaarrente. 

Toch speelde dit vertragingseffect de voorbije jaren ook in het voordeel van spaarders. Wanneer de marktrentes dalen, zorgen de plaatsingen op lange termijn ervoor dat de dalende rentes pas met vertraging effect beginnen te krijgen. Dat vertragingseffect beschermt spaarders net tegen een vrije val van het spaarrendement in een klimaat van sterk dalende rentevoeten. Mocht dit systeem niet bestaan, dan zou het totale spaarrendement bij Rabobank.be vandaag nog veel lager liggen. Het spaarboekje blijft dus het product bij uitstek dat uw spaargeld beschermt tegen woelige marktomstandigheden. Ook al heeft het wat extra tijd nodig om te recupereren als de hemel begint op te klaren. 

Vooruitzichten

Hogere spaarrentes behoren tot de mogelijkheden als de langtermijnrente een structureel stijgende lijn laat zien en als ook de kortetermijnrente sterk stijgt. Maar dat lijkt nog niet voor morgen. De langetermijnrente mag dan wel ogenschijnlijk het dieptepunt achter zich hebben gelaten; het huidige rentetarief ligt nog altijd een pak lager dan vijf jaar geleden en daar lijkt voorlopig dus nog geen verandering in te komen. 

Ter illustratie: vijf jaar geleden kon Rabobank.be een deel van het haar toevertrouwde spaargeld voor een termijn van vijf jaar plaatsen aan een rentetarief van om en bij de 1,1 procent. Nu de looptijd van die plaatsingen verstrijkt, moet de bank het vrijgekomen geld opnieuw beleggen voor een periode van vijf jaar. Alleen: de vijfjaarrente staat momenteel zelfs negatief, op ongeveer -0,22% procent. Voor een deel van het spaargeld dat de bank herbelegt, moet ze het dus stellen met een rentevergoeding van -0,22%procent in plaats van 1,1. Dat zet de spaarrentes nog maar eens onder druk. Daar komt pas verandering in als de langetermijnrente hetzelfde niveau bereikt van vijf jaar geleden. Maar aan die rentevoeten zitten we nog lang niet.

Wij staan voor u klaar.

Elke werkdag van 8:30 tot 19:00
Vrijdag tot 18:30

Stephane Ginestet Cathérine Hamelink
Gelieve een geldig telefoonnummer in te vullen. De verbinding is mislukt. Probeer het later nog een keer. Wij bellen u zo snel mogelijk terug.
En wij bellen u zo snel mogelijk terug