Belg niet langer spaarkampioen

Na recordhoogtes op de spaarboekjes, lijkt de trend nu gebroken: we geven weer geld uit. Maar is dit een goede zaak? 
  • 10 november 2017
Belg niet langer spaarkampioen: een goede zaak?
Frida Deceunynck

Frida Deceunynck

Freelance journaliste

Spaartrend zet zich niet voort

Decennialang behoorden we tot de onbetwiste spaarkampioenen van Europa. Maar tegenwoordig laten we onze centen meer rollen. Onze economie vaart daar wel bij, maar moeten we deze trend zomaar toejuichen? Of krijgen we straks heimwee naar onze spaardrift van weleer?

We sparen minder dan vroeger

Zo spaarden we op jaarbasis 15 à 20% van ons inkomen, met uitschieters van boven de 20% in de vroege jaren 90 van de vorige eeuw. Maar de recentste analyses van het Instituut voor Nationale Rekeningen (INR) tonen een heel ander beeld: Belgische gezinnen zetten in 2016 nog slechts 11,2% van hun beschikbare inkomen aan de kant. 

Daarmee duiken we zelfs onder het Europese gemiddelde, dat in het vierde kwartaal van 2016 op 11,98% strandde. Het vetmesten van ons spaarvarken verloopt dus duidelijk moeizamer dan voorheen. Terwijl we in 2007 nog 53 miljard in de nationale gezinsspaarpot stopten – inclusief beleggingen en vastgoedinvesteringen – was onze bruto spaarinspanning in 2016 geslonken tot 28 miljard.

Geld brengt toch niets meer op

Dat komt omdat Belgisch gezinnen hun centen steeds meer laten rollen. Zo is de gezinsconsumptie blijven groeien, ondanks de crisis. Volgens economen zit de lage rente hier voor veel tussen. Spaargeld brengt toch niets meer op, wat de consumptie stimuleert. Goed nieuws dus voor onze economie, maar de keerzijde van de medaille is dat er een kleiner deel van ons beschikbaar inkomen richting spaarvarken stroomt.

Daarnaast hebben de bodemrentes op spaarboekjes een vlucht teweeggebracht naar vastgoed, aandelen en beleggingsfondsen. Zo waren risicodragende beleggingen de voorbije twee jaar goed voor nagenoeg de volledige aangroei van het financiële vermogen van de Belgische gezinnen. Voor de rendementsvooruitzichten op lange termijn is dat goed nieuws, voor de financiële stabiliteit veel minder.

Veel pensioenen ontoereikend

Tot slot speelt ook de vergrijzing een rol in het lagere spaarquotum. Almaar meer mensen moeten leven van hun pensioen en breken hun spaarpot open voor een aanvullend inkomen. En die trend zal zich de komende jaren doorzetten. Als ook de toekomstige gepensioneerden hun consumptie op peil willen houden, zal de spaarquote de komende jaren nog verder wegzakken.

Nog steeds een veilige spaarbuffer

Of de Belg hier wakker van ligt? Uit de minimale belangstelling in de pers leid ik alvast af van niet. De cijfers over het gezinsvermogen van de Belg blijven dan ook ronduit hallucinant. En ons gemeenschappelijke spaarvolume bedraagt nog altijd 1.065 miljard euro. 397 miljard daarvan zit in gereglementeerde spaardeposito’s en andere veilige tegoeden. Dat is meer dan ons beschikbare inkomen voor een volledig jaar en we voldoen er als maatschappij riant mee aan de standaardnorm voor een veilige spaarbuffer. Die schrijft voor dat we het maandloon van 3 tot 6 maanden opzij moeten houden als reserve.

Voorlopig kunnen we dus nog op beide oren slapen. Maar willen we onze welvaart ook in de toekomst veiligstellen, dan mag de balans niet doorslaan in de andere richting. Kortom, die ouderwetse spaardrift heeft zeker ook zijn voordelen.

Een woordje uitleg over de berekening

De Belgische spaarquote wordt berekend op basis van de officiële cijfers van de Belgische nationale rekeningen (INR-Belgostat). Het beschikbare inkomen van de gezinnen wordt hiervoor als uitgangspunt genomen. Het deel daarvan dat niet besteed wordt aan consumptie, wordt als de bruto spaarquote beschouwd. Behalve het klassieke sparen omvat dit bedrag ook beleggingen in aandelen, obligaties, fondsen of andere beleggingsproducten, alsook uitgaven voor de nieuwbouw of renovatie van woningen. Naast de bruto spaarquote, die door Eurostat wordt gehanteerd, bestaat er ook een netto spaarquote van de OESO. Daarin zitten vastgoedinvesteringen niet meegerekend.

Voor de bruto spaarquote zijn er bij Eurostat en het INR uniforme cijfers beschikbaar sinds 1999. Daaruit blijkt dat de spaarquote in de volledige eurozone in dalende lijn zit: van 14,6% in 1999 tot 11,98% in het laatste kwartaal van 2016. In België daalde de spaarquote op dezelfde periode van 17,1% tot 11,2%. Alleen de crisisjaren 2008 en 2009 vormen een uitzondering: zo piekte de spaarquote in de eurozone tot 14,5%, in eigen land zelfs tot meer dan 18%.

Wij staan voor u klaar.

Elke werkdag van 8:30 tot 19:00
Vrijdag tot 18:30

Stephane Ginestet Cathérine Hamelink
Gelieve een geldig telefoonnummer in te vullen. De verbinding is mislukt. Probeer het later nog een keer. Wij bellen u zo snel mogelijk terug.
En wij bellen u zo snel mogelijk terug