Denkt u later ook meer te verdienen en beter te sparen?

Later. Later gaan we meer verdienen en wordt het makkelijker om geld opzij te zetten. Maar is dat ook echt zo? Hoe komt het dat die ‘later’ steeds opschuift en zelden realiteit wordt? Claudia Hammond legt uit hoe ons eigen brein soms té optimistisch denkt. 
  • 12 oktober 2018
Denkt u later ook meer te verdienen en beter te sparen?
Claudia Hammond

Claudia Hammond

Psychologe

In de ban van het optimisme

Optimisme is een van de meest positieve aspecten van de menselijke natuur. De meesten onder ons hebben de neiging om te geloven dat alles uiteindelijk goed komt. We beseffen heel goed dat ieder van ons op elk ogenblik bij een vreselijk ongeval betrokken kan geraken, of door een ernstige ziekte getroffen kan worden. Maar als we heel eerlijk zijn, denken we niet dat het ons écht zal overkomen. In de psychologie staat dit bekend als de denkfout van het optimisme. 

Een positieve levenshouding is natuurlijk nuttig om met moeilijke momenten in ons leven om te gaan. Zonder hoop zouden we zelfs niet proberen om vol te houden. Misschien zouden we onze dagen pessimistisch doorbrengen, mijmerend over het feit dat wij en onze vrienden er op een dag niet meer zullen zijn. Filosofen zoals Blaise Pascal adviseerden om net dít te doen tot we het idee van onze eigen dood hebben gevormd. Een meer algemene  menselijke reactie is echter om het beste te hopen. Tientallen jaren psychologisch onderzoek hebben immers aangetoond dat een optimistische houding ons vaak goed van pas komt.

De kracht en zwakte van optimisme

Positieve personen zijn vaker succesvol op school, in de sportclub, op het werk en in de politiek. Ze zijn ook gelukkiger, gezonder en populairder. Wanneer het leven een inspanning vergt, helpt optimisme omdat positieve mensen hogere doelen stellen en beter omgaan met teleurstellingen. De Amerikaanse psycholoog Rick Snyder toonde zelfs aan dat de hoopvolle gevoelens van studenten bij de aanvang van hun studies een betere voorspeller waren van hun definitieve resultaten zes jaar later dan de cijfers die ze behaalden op hun toelatingsexamen.

Wat tijd en geld betreft, is optimisme daarentegen niet altijd nuttig. Het kan leiden tot de denkfout waarbij we te veel taken op ons nemen in de veronderstelling dat we later georganiseerder te werk zullen gaan en meer tijd zullen hebben, wat hoogstwaarschijnlijk niet het geval zal zijn. Wie van ons is al niet een keer begonnen met een karweitje in huis, ervan overtuigd dat het werk na een weekend af zou zijn? Een maand later is de klus nog steeds niet geklaard.

Mijn favoriete voorbeeld van een planningsfout betreft de samenstelling van het meest beroemde Engelse woordenboek, het Oxford English Dictionary. Het idee voor dit project werd in 1857 door de Philological Society of London bekendgemaakt. Omstreeks 1860 waren de plannen klaar en werd met vertrouwen aangekondigd dat het woordenboek binnen de twee jaar gereed zou zijn. Toen ze uiteindelijk bijna twintig jaar later begonnen, gingen de onderzoekers alfabetisch te werk. Na vijf jaar waren ze amper tot aan het woord ‘ant’ (mier) gekomen. Toen het woordenboek uiteindelijk in 1928 was voltooid, werd het als verouderd beschouwd en begonnen de herwerkingen.

De optimistische denkfout

Dit is een extreem voorbeeld, maar voor ons allemaal herkenbaar in ons dagelijkse leven. Hetzelfde gebeurt eveneens op het vlak van onze financiën. Net zoals we geloven dat we later meer tijd zullen hebben en georganiseerder te werk zullen gaan, denken de meesten onder ons ook dat we dan meer zullen verdienen, minder zullen uitgeven en meer zullen sparen. Dit ontmoedigt ons om te sparen of aan pensioensparen te doen. Hierbij zijn twee cognitieve fouten in het spel. Door de optimistische fout geloven we dat ons werk in de toekomst goed zal gaan. We hopen niet alleen dat we promotie zullen maken, maar ook dat de sector waarin we actief zijn, zal floreren en de economie verbetert. Dit is allemaal mogelijk, en ons inkomen zal in dat geval geleidelijk stijgen, ofwel draait het toch allemaal niet zo uit. 

Is iedereen bovengemiddeld?

Daarnaast vormt een tweede denkfout, namelijk de ‘illusoire superioriteit’, een probleem. Door deze fout denken we dat we over beter dan gemiddelde vaardigheden beschikken. Een goed voorbeeld is autorijden. De meesten onder ons zijn ervan overtuigd dat we bovengemiddeld goede bestuurders zijn, wat op statistisch vlak natuurlijk onzin is. Mathematisch gezien kunnen we niet allemaal boven het gemiddelde uitkomen: sommige personen scoren gemiddeld, anderen lager. We hebben bovendien de neiging om onze financiële vaardigheden te overschatten. De meesten onder ons geloven dat we beter dan de gemiddelde mens zien waar er een zaakje te doen is en dat we goed kunnen sparen als we daarvoor kiezen. We zijn er dus van overtuigd dat we na verloop van tijd meer zullen verdienen en sparen.

Door deze dwaalsporen in ons denken, is het niet verrassend dat we de indruk hebben dat we meer zullen verdienen en sparen in de toekomst, zelfs al is dit onwaarschijnlijk. De overtuiging dat we in de toekomst minder zullen uitgeven, hoewel we meer verdienen, vind ik intrigerend. Wetenschappelijk onderzoek toont immers aan dat wanneer iemands inkomen stijgt, hij ook meer uitgeeft, omdat hij duurdere smaken ontwikkelt waardoor de persoon bijvoorbeeld een betere wagen aanschaft, exclusievere kleding koopt, of luxueuze reizen boekt. Mensen geven meer geld uit als hun inkomen dit toelaat, tenzij ze weloverwogen beslissen zo niet te handelen.

 
 
Wat tijd en geld betreft, is optimisme niet altijd nuttig. Het kan leiden tot de denkfout waarbij we te veel taken op ons nemen.
 
Het probleem is dat als je meer verdient, je gewend raakt aan de levensstijl die met een hoger inkomen gepaard gaat. De beslissing om te sparen kan dan aanvoelen als een straf.

Plan realistisch, niet optimistisch

Sparen of pensioensparen op de lange baan schuiven, is het onbedoelde gevolg van de gedachte dat we later meer zullen verdienen, meer zullen sparen en minder zullen uitgeven. Waarom nu sparen als dat later nog gemakkelijk kan? Het probleem is dat als je meer verdient, je gewend raakt aan de levensstijl die met een hoger inkomen gepaard gaat. De beslissing om te sparen kan dan aanvoelen als een straf. Uit onderzoek weten we namelijk dat mensen een afkeer hebben van het gevoel dat ze geld lijken te verliezen. De minderheid van personen die eerder pessimistisch dan optimistisch zijn, hebben op dit vlak wel een voordeel omdat ze waarschijnlijk meer gespaard hebben door hun vrees voor het ergste.

Wanneer je dus een financiële planning opstelt, is het belangrijk om je roze bril even af te zetten en jezelf een aantal moeilijke vragen te stellen over je verdienvermogen, rekening houdend met de factoren waarover je geen controle hebt, zoals de economie. Als je het geluk hebt om een loonsverhoging te krijgen, is het ook de moeite waard om jezelf voor te nemen elke maand een deel ervan te sparen.

Wij waarderen uw mening

Gelieve uw initialen correct in te vullen.

Gelieve uw reactie correct in te vullen.

Wees er als eerste bij om een reactie te plaatsen.

Wij staan voor u klaar.
Elke werkdag van 8:30 tot 19:00
Vrijdag tot 18:30
medewerker 1 medewerker 2
Gelieve een geldig telefoonnummer in te vullen. De verbinding is mislukt. Probeer het later nog een keer. Wij bellen u zo snel mogelijk terug.
En wij bellen u zo snel mogelijk terug