In obligatiefondsen zitten
obligaties van bedrijven en/of overheden met verschillende looptijden. De waardering van het fonds (de inventariswaarde) wordt bepaald door de som van de waarde van de verschillende obligaties. De koers van deze obligaties verandert iedere dag. Deze koers wordt bepaald door de markt, en is sterk afhankelijk van de marktrente. Stijgt de marktrente, dan vermindert de relatieve waarde van de couponrente en dus daalt de koers van de obligatie. Daalt de marktrente, dan wordt de couponrente van de obligatie interessanter en stijgt de koers.
Door de verandering van de marktrente en daardoor de koers van een obligatie kan een belegger zowel koerswinst maken als koersverlies lijden. De koers kan dan boven of onder het niveau uitkomen waarop de belegger de obligatie heeft gekocht. Naarmate de resterende looptijd van een obligatie langer is, neemt de gevoeligheid voor rentebewegingen toe en daardoor de kans op koerswinst of koersverlies.