De vraag naar ruwe olie in de ontwikkelde landen is gedaald, maar de groeimarkten jagen de wereldwijde vraag omhoog. De beperkte olievoorraden en de geopolitieke spanningen doen het aanbod afnemen. Olie zal de komende jaren duur blijven.
In de ontwikkelde landen zijn de macro-economische indicatoren de voorbije maanden opnieuw iets verbeterd. In China is de inflatievrees afgenomen, waardoor de kans groter wordt dat de motor van de wereldeconomie een zachte landing maakt. Toch is het wereldwijde economische herstel nog broos. De werkloosheid blijft hoog en ook de oplopende energieprijzen zijn niet echt een hulp. Deze maand bereikte de prijs van een vat ruwe olie in dollar het hoogste niveau sinds de zomer van 2008. In euro en Britse pond noteert de ruwe olie tegen recordprijzen. Bijna vier jaar geleden lag de dollarprijs nog hoger, maar toen was de euro duurder tegenover de dollar.
Op korte termijn is het de vraag of de dure olie de economische relance zal fnuiken of niet. Elke euro of dollar die aan energie wordt uitgegeven, kan niet meer aan consumptie worden besteed. Een hoge olieprijs heeft ook een sterk inflatoir effect en dat kunnen de monetaire overheden vandaag missen als kiespijn. Om de economie te stimuleren wordt de rente wereldwijd laag gehouden. Een oplopende inflatie vormt een bedreiging voor dat soepele monetaire beleid. Renteverhogingen als reactie op een hogere inflatie kunnen op hun beurt een rem zetten op de economische groei.
Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) schat dat de vraag naar ruwe olie dit jaar zal oplopen tot 89,9 miljoen vaten per dag, tegenover 89,1 miljoen in 2011. Daarbij zou de gedaalde vraag uit de industrielanden - de landen die zijn aangesloten bij de OESO - worden gecompenseerd door de hogere vraag uit de opkomende landen. Voor de OESO-landen rekent het IEA op een achteruitgang van 45,6 miljoen tot 45,2 miljoen vaten per dag. De verwachte daling is vooral toe te schrijven aan de Verenigde Staten en Europa. Daartegenover staat een stijging van de consumptie in de niet-OESO-landen van 43,5 miljoen naar 44,7 miljoen vaten per dag. Naast Azië, dat dit jaar 700.000 vaten per dag extra zou verbruiken, zouden ook Zuid-Amerika, het Midden-Oosten en Rusland in 2012 meer olie nodig hebben dan in 2011.
De situatie aan de aanbodzijde kan niet los worden gezien van de vele geopolitieke spanningen. De oorlogsdreiging in Iran krijgt de meeste media-aandacht, maar er spelen zich nog heel wat kleinere conflicten af die samen een belangrijke impact hebben op de oliesector. Door het dispuut tussen Noord- en Zuid-Soedan verdwijnen per dag 350.000 vaten van de markt, en in Jemen is de productie de voorbije maanden gehalveerd tot amper 80.000 vaten per dag. De aanslagen op olie-installaties in Syrië zullen de productie dit jaar met 30.000 vaten per dag doen terugvallen, aldus het IEA. Ook in Nigeria, een andere belangrijke olieproducent, is het onrustig. Het IEA heeft zijn prognose voor de landen die niet tot de OPEC behoren, verlaagd met 200.000 vaten per dag tot 53,5 miljoen vaten per dag.
De reserveproductiecapaciteit van de OPEC-landen is beperkt. De hoeveelheid extra ruwe olie die binnen de 30 dagen operationeel kan worden gemaakt voor een periode van minstens drie maanden, is gedaald tot 1,7 miljoen vaten per dag. Saoedi-Arabië kan daarvan ongeveer 1,1 miljoen vaten per dag leveren, en de rest komt uit Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten. Nog volgens het IEA bevonden de olievoorraden in de industrielanden zich eind januari met 69 miljoen vaten per dag zich onder het gemiddelde van de voorbije vijf jaar.
Voorlopig heeft de dure olie dus enkel in de industrielanden geleid tot een daling van de vraag. Toch zijn er ook uitzonderingen. In Japan bijvoorbeeld is het verbruik van ruwe olie in de eerste twee maanden van dit jaar gestegen met 9 %. Dat heeft alles te maken met de kernramp van vorig jaar. In het land waren vorige maand nog slechts 2 van de 54 nucleaire reactoren actief. Dat verlies aan productiecapaciteit moet uiteraard door andere energiebronnen worden opgevangen.
Door het krappe evenwicht tussen de vraag en het aanbod, gekoppeld aan de beperkte reservecapaciteit en de lage olievoorraden, zullen de prijzen ook de komende maanden heel volatiel blijven. Als de consumptiepatronen niet drastisch veranderen en de productiekosten niet dalen, zal elke correctie van de olieprijs maar een kort leven beschoren zijn.