Spaar niet voor de fiscus

Ouders en grootouders zoeken steeds meer naar spaarformules waarover ze na de achttiende verjaardag van het kind zelf de controle behouden. Maar dat heeft gevolgen voor de successierechten.

Heel wat ouders en grootouders sparen voor de kinderen of kleinkinderen. De bedoeling is om ze een steuntje in de rug te ­geven op het moment dat ze alleen gaan wonen of hun eigen zaak beginnen. Veel ouders en grootouders vrezen echter dat de kinderen op hun achttiende het geld opvragen bij de bank om er zotte dingen mee te doen. Die vrees wordt ook wel het Ferrari-syndroom genoemd. Daarom laten ze het geld niet op naam van het kind zetten, maar op hun eigen naam. ­Bankiers en verzekeraars raden ook formules aan waarbij de ouders of grootouders de controle behouden tot de ­kinderen een bepaalde leeftijd hebben.

Maar controle behouden heeft ook een weerslag op de successierechten. Op termijn kan er voor de kinderen of kleinkinderen een aanzienlijk bedrag gespaard worden. Als de ouders of grootouders overlijden, heeft dat voor de successierechten zware gevolgen. Zeker als de ­ouders relatief oud zijn, maar nog meer bij grootouders is dat een aspect dat niet onbelangrijk is.
Het gespaarde kapitaal valt in de hoogste schijf van de successierechten, omdat het bij de rest van de nalatenschap gevoegd wordt. Er wordt dan 27 % aan successierechten van afgehouden. De fiscus gaat dus met een ­derde van het gespaarde bedrag lopen, wat helemaal niet de bedoeling van de spaarder was.

Grote bedragen
Wie vanaf de geboorte van de kinderen of kleinkinderen voor hen begint te sparen, heeft een groot bedrag bij ­elkaar op het moment dat ze 18, 21 of 25 jaar worden. Dat wordt vaak uit het oog verloren. Stel dat de grootouders of de ouders elke maand een bepaald bedrag in een ­beleggings­formule steken, waarbij het systematisch ­belegd wordt in een dynamisch fonds. Zo’n dynamisch fonds bestaat uit 70 % aandelen en 30 % obligaties, wat verantwoord is op het gebied van risico(aandelen) als er voor een periode van achttien jaar of meer gespaard wordt. In het verleden haalden zulke fondsen op lange termijn gemiddeld een jaarlijks rendement van 7 %. Als de ouders elke maand 150 euro in een spaarformule voor hun kind steken, dan gaat het na 25 jaar over 118.119 ­euro. Kortom: op termijn levert zo’n belegging grote bedragen op, en het zou jammer zijn als de fiscus met een derde daarvan aan de haal gaat.

Klassieke constructie: op naam van het (klein)kind
Wellicht nog steeds de meest gangbare manier om te sparen voor de kinderen of kleinkinderen is alles op naam van het kind zelf zetten. Dat betekent dat er bijvoorbeeld gespaard wordt via een jongerenspaarrekening op naam van het kind. Er zijn ook diverse beleggings­formules mogelijk, waarbij bijvoorbeeld elke maand 50 euro geïnvesteerd wordt in een fonds dat belegt in 100 % aandelen of in 50 % obligaties en 50 % aandelen.

De meeste banken bieden allerlei combinaties aan en er kan al voor die formule gekozen worden vanaf 25 euro per maand. De gekochte fondsen staan dan op een effectenrekening, die rechtstreeks op naam van het kind staat. Een nadeel is dat het kind op achttien jaar het geld of de fondsen kan opvragen.

Als de spaarrekening of de effectenrekening op naam van het kind staat op het moment dat ouders of groot­ouders overlijden, zijn er geen successierechten verschuldigd. De rekening zit niet in de nalatenschap van de ­ouders of grootouders. Als het kind onverwacht sterft, zit ze wel in de nalatenschap van het kind, maar dat is een ­situatie die eerder uitzonderlijk is en waar het probleem van hoge successierechten (tot 27 % of 30 %) zich niet stelt.

Op naam van ouders of grootouders sparen
Een oplossing om controle te behouden, is dat de spaarrekening of de effectenrekening voor het kind gewoon op naam blijft staan van de ouders of grootouders. Zo blijft het geld eigendom van de ouders of grootouders tot op het moment waarop zij beslissen om het te schenken aan hun kind of kleinkind.

Dat kan zware gevolgen hebben wat betreft de successierechten, zeker als de grootouders overlijden op het moment dat het spaargeld nog op hun naam staat. Het voor het kleinkind gespaarde bedrag valt dan in hun ­nalatenschap. Daardoor komt het in de hoogste schijf wat betreft de successierechten terecht en wordt het belast aan 27 of 30 %.

Maar er is meer. Stel dat de grootouders elke maand 50 euro spaarden voor hun kleinkind. Op het moment dat het kleinkind 25 jaar is en afgestudeerd als arts, hebben de grootouders 39.373 euro op hun naam staan. Ze schenken dat bedrag aan hun kleinkind via een bankgift, dus via een overschrijving van hun (effecten)rekening naar de (effecten)rekening van het kleinkind. Na die bankgift moeten de grootouders echter nog drie jaar in leven blijven. Alleen in dat geval valt de bankgift niet in hun nalatenschap.

In het eerder uitzonderlijke geval dat het kind vroegtijdig sterft, zijn er uiteraard geen successierechten verschuldigd, want het gespaarde bedrag staat op naam van de ouders of grootouders.

Tak 21- en Tak 23-verzekeringen om controle te behouden
Voor wie controle wil behouden tot het kind een bepaalde leeftijd heeft, raden bankiers en verzekeraars vaak een Tak 21 of Tak 23 aan. Het contract loopt dan minstens tot de achttiende verjaardag van de begunstigde (kind of kleinkind), maar in de praktijk wordt vaak een hogere leeftijd genomen.

Een Tak 21-verzekering of spaarverzekering is een spaarformule in een verzekeringskleedje. Er bestaan twee formules. Bij de eerste formule krijgt u een gegarandeerd rendement van 2,75 % en een bonus die afhankelijk is van de prestaties van het onderliggende fonds. Bij de tweede formule krijgt u een gegarandeerd rendement van 0 % en is alles afhankelijk van de bonus die u krijgt. U hebt wel kapitaalgarantie. Een Tak 23 is eigenlijk gewoon een fonds (aandelenfonds, obligatiefonds, gemengd fond) in een verzekeringskleedje.

Het voordeel van Tak 21- en Tak 23-verzekeringen is dat de ouder of grootouders de controle kunnen behouden zolang ze dat willen. Het nadeel is dat die producten duur zijn wat betreft de instap: er moet 3 % instapkosten betaald worden, plus 1,1 % taks. Aan een Tak 23 hangt ­bovendien ook nog een hoge beheerskost vast: 1,5 tot 2 % per jaar.

Wat de successierechten betreft, gaat het om een technische materie en in de praktijk zijn er variaties mogelijk. Daarom beperken we ons tot de meest voorkomende ­situatie. Daarbij is de ouder of grootouder de verzekeringnemer en het kind of kleinkind de begunstigde bij ­leven. Er moeten dan ook successierechten betaald worden op de opgebouwde reserve (kapitaal plus interest of meerwaarde) bij het vroegtijdige overlijden van de ouder of grootouder. Het gaat voor de fiscus immers om een beding ten behoeve van een derde.

Maar er is meer. Stel dat de grootvader de verzekeringnemer is en dat het gespaarde bedrag uitbetaald wordt als de kleinzoon (de begunstigde) 24 jaar is. Als de grootvader binnen de drie jaar sterft na de uitbetaling van het bedrag aan zijn kleinzoon, moeten er toch nog successierechten op betaald worden. Dat wordt echter vaak ‘vergeten’.

Nieuwe trend
Omdat ouders of grootouders ook na de achttiende verjaardag van het kleinkind of kind graag de controle ­behouden, bieden banken een formule aan met een ­derdenbeding. Het gaat dan om een spaarrekening of een effectenrekening, bijvoorbeeld een beleggingsformule met fondsen, waaraan een derdenbeding gekoppeld is ten gunste van het kind of kleinkind.
Het derdenbeding houdt in dat u als ouder of grootouder juridisch gezien eigenaar blijft van de spaar- of effectenrekening tot de vrijgeefdatum. U verbindt zich ertoe om het spaarbedrag op een door u gekozen tijdstip over te maken aan het kind. Doordat u juridisch gezien eigenaar blijft van de rekening, kunt u alle verrichtingen blijven uitvoeren. Dat is uiteraard niet het geval als u de effectenrekening of het beleggingsplan rechtstreeks op naam van uw kind of kleinkind zet.

Maar er is meer. U kunt te allen tijde het derdenbeding herroepen zolang de vrijgeefdatum niet bereikt is. U kunt ook de begunstigde veranderen. Als het kind op de vrijgeefdatum tekent voor aanvaarding, dan volgt de overdracht van het geld of de effecten.

Als de opdrachtgever overlijdt, loopt het derdenbeding gewoon door tot de vrijgeefdatum. In tegenstelling tot wat soms gedacht wordt, moeten er successierechten betaald worden als de opdrachtgever overlijdt voor de vrijgeefdatum of binnen de drie jaar daarna. In dat laatste geval wordt wel vaak vergeten om er melding van te ­ maken in de aangifte successierechten. Als de begunstigde overlijdt, wat eerder uitzonderlijk is, vervalt het derdenbeding gewoon. Het stuk vermogen dat opgebouwd werd, blijft in dat geval in het vermogen van de opdrachtgever.

Conclusie
Houd er steeds rekening mee dat als u de controle wilt behouden na de achttiende verjaardag van het kind voor wie u spaart, dat belangrijke consequenties heeft op het gebied van successierechten. De nieuwe trend van een (effecten)rekening met derdenbeding is een perfecte manier om de controle te behouden en de kosten lager te houden dan bij een Tak 21- of Tak 23-verzekering. De techniek is minder geschikt voor grootouders of ouders op leeftijd, omdat er bij hun vroegtijdige overlijden toch successierechten betaald moeten worden, die kunnen oplopen tot 30 % van het gespaarde bedrag.

Moneytalk, 21/04/2011

Contact

Meestgestelde vragen

Raadpleeg ons overzicht van meestgestelde vragen, zo bent u snel geholpen.

Geldtips

Lees ons maandelijkse e-zine boordevol nuttige geldtips.

Veilig internetbankieren

Wat doet Rabobank.be voor uw veiligheid?